Kievse Rijk
Het Kievse Rijk (Belarussisch: Кіеўская Русь; Oekraïens: Київська Русь; Russisch: Киевская Русь) was een vroegmiddeleeuwse staat in Oost-Europa van de 9e tot de 13e eeuw. Het land is ook wel bekend als Kyivse Rijk, Kievse Roes', Rijk van Kiev of grootvorstendom Kiev.
| Русь | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| |||||
| |||||
| Kaart | |||||
| Het Kievse Rijk circa 1000 n.Chr. | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Kiev | ||||
| Oppervlakte | 800.000 km² | ||||
| Bevolking | ca. 4 miljoen | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Monarchie | ||||
| Dynastie | Ruriken | ||||
| Staatshoofd | Koning | ||||
| Geschiedenis | |||||
| - Oleg de Wijze verovert Kiev | ca. 882 | ||||
| - Verovering van Kiev door de Mongolen | 6 december 1240 | ||||
Het was een feodale monarchie met Kiev als hoofdstad en een dynamisch grondgebied dat geheel huidig Belarus (Wit-Rusland), het overgrote deel van huidig Oekraïne en een klein deel van huidig Europees Rusland omvatte. Er woonde een grote verscheidenheid aan volkeren met verschillende talen en cultureel-religieuze tradities die uiteindelijk samensmolten tot een samenleving waarin een variant van Byzantijns orthodox christendom met een mengeling van Oudkerkslavisch en Oudoostslavisch zou domineren. In de hoogtijdagen was het Kievse Rijk een militaire grootmacht en een sociaal-economisch en cultureel-religieus centrum in Oost-Europa, hoewel het voortdurend werd geteisterd door hongersnoden, interne conflicten en externe bedreigingen.
Naar verloop van tijd werd het rijk onderverdeeld in apanage-vorstendommen, geregeerd door vorsten uit de heersende clan. Vanwege ridderlijke ambities, onderlinge rivaliteit en een mogelijk slecht functionerend systeem van troonopvolging voerden de Roes' vorsten regelmatig successieoorlogen om de troon van Kiev. Ondertussen gingen de vorstendommen zich steeds autonomer gedragen ten opzichte van de hoofdstad, hetgeen leidde tot feodale fragmentatie, terwijl een gebrek aan muntgeld van de 12e tot 14e eeuw noodgedwongen leidde tot ruilhandel. Uiteindelijk bracht de Mongoolse invasie van het Kievse Rijk in 1237–1241 de staat ten val en werden de Roes' vorstendommen versplinterd.
Vroege geschiedenis
bewerkenDe Primaire Kroniek (PVL), geschreven begin 12e eeuw, is de oudste omvangrijke primaire bron voor de geschiedenis van het Kievse Rijk, maar niet altijd de meest betrouwbare bron.[1] Rond 1900 formuleerde de Russische historicus Vasily Kljoetsjevski voor het eerst de theorie dat het Kievse Rijk ontstond als 'internationaal handelscentrum', vanwege de gunstige ligging van Kiev aan de rivier de Dnipro op de zogeheten Route van de Varjagen naar de Grieken, vanaf de 8e tot de 13e eeuw.[1] De route zou de oorspronkelijk uit Zweden stammende Varjagen in staat hebben gesteld om een profijtelijke handel (in pelzen, was en tot slaaf gemaakte mensen) met het Byzantijnse Rijk op te zetten.[2] Op deze theorie is veel kritiek gekomen, met name door een gebrek aan archeologisch bewijs voor het idee dat de Dnipro al voor de 10e eeuw een veelgebruikte handelsroute was; bovendien zouden de handelsroute over de Wolga (naar het Kalifaat van de Abbasiden), de noordelijke Donets en Don en/of de route via de Daugava naar de Oostzee minstens net zo belangrijk of zelfs belangrijker zijn geweest dan de Dnipro-route.[3]
De Varjagen hadden in 860 hun militaire kracht al gedemonstreerd met een felle aanval op Constantinopel. De Varjagen ondernamen, in samenwerking met de Chazaren, ook plundertochten naar de zuidkust van de Kaspische Zee. De verhoudingen tussen de belangrijkste machten in Oost-Europa, het Byzantijnse rijk, de Chazaren, de Wolga-Bulgaren aan de bovenloop van de Wolga, de Petsjenegen op de steppen van Oekraïne en de Varjagen waren wisselvallig van karakter. Strijd en samenwerking volgden snel op elkaar. De krijgshaftige Varjagen maakten de groeiende boerenbevolking in de bosgebieden schatplichtig.
De belangrijkste bron over de geschiedenis van de Kievse Roes is het oudste Oost-Slavische geschrift, de Nestorkroniek uit het begin van de 12e eeuw. Volgens de Nestorkroniek nodigden Slavische en Finse stammen in de omgeving van Novgorod en Ladoga (nu Staraja Ladoga) in 862 de Varjager Rurik uit om hun heerser te worden:
Ons land is groot, goed en van alles voorzien. Maar er is geen orde en regel. Komt daarom om ons te regeren en te leiden.[4]
Rurik zou de stamvader worden van de dynastie der Ruriken of Rurikiden.
Ruriks opvolger Oleg de Wijze (879-912) veroverde in 882 Kiev, de belangrijkste stad van de Poljanen en tot dat moment een buitenpost van het rijk der Chazaren. Kiev had een zeer gunstige strategische ligging aan de Dnjepr op de grens van de steppe en het bosgebied. Het werd zijn nieuwe hoofdstad en vormde een belangrijke schakel in de export van slaven, barnsteen en bosproducten als bont, bijenwas en honing. Olegs uitgestrekte rijk werd bewoond door oostelijke Slaven, Finnen en Balten, naast Iraanse en Turkse stammen.
Ruriks zoon Igor (912-945) wist na een nieuwe aanval op Constantinopel in 944 een gunstig handelsverdrag met het Byzantijnse rijk af te dwingen. De contacten met het hoog ontwikkelde Constantinopel leidden tot sterkere christelijke invloeden in het Kievse Rijk, naast die van het door de Chazaren omarmde joodse geloof, de islam en het traditionele sjamanisme. In 945 werd Igor vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn vrouw Olga. Omstreeks 955 bekeerde ze zich tot het christendom en veranderde haar naam in Helena. In 962 gaf ze de macht aan haar zoon Svjatoslav I.
Gouden Eeuw
bewerkenSvjatoslav
bewerkenRuriks kleinzoon vorst Svjatoslav I (962-972) was een groot militair leider. Hij vernietigde tussen 965 en 969 het rijk van de Chazaren. Hij vestigde zijn heerschappij in de gebieden ten noorden van de Kaukasus. Op verzoek van de Byzantijnse keizer viel Svjatoslav samen met de Petsjenegen het Bulgaarse koninkrijk op de Balkan aan. Hij versloeg ook deze tegenstander. Toen Svjatoslav zich permanent aan de Donau wilde vestigen, zette de Byzantijnse keizer Johannes I Tzimiskes de Petsjenegen tegen hem op. Zij wisten Svjatoslav in 972 bij het oversteken van de Dnjepr in de val te lokken en te doden. Volgens de Nestorkroniek maakte de khan van de Petsjenegen naar goed steppegebruik een vergulde drinkbeker van de schedel van zijn overwonnen tegenstander.
Vladimir
bewerkenDe kwetsbaarheid van het Kievse Rijk werd duidelijk door de interne machtsstrijd tussen Svjatoslavs zonen. Pas in 980 wist zijn jongste zoon Vladimir (978-1015) de onbetwiste macht te verwerven.

Rond 988 bekeerde Vladimir zich naar verluidt tot het Byzantijnse christendom, wat hem eeuwen later de bijnaam de Heilige opleverde. De Nestorkroniek vertelt een wonderlijk en tegenstrijdig verhaal over hoe dit zou zijn gegaan dan door moderne wetenschappers weinig geloofwaardig wordt geacht. Diplomatieke overwegingen speelden bovendien een grote rol. De Byzantijnse keizer Basilius II was in 987 ernstig in het nauw gedreven door de Bulgaren en bood Vladimir zijn zuster Anna ten huwelijk in ruil voor militaire steun. Vladimir schoot hem te hulp en keerde terug naar Kiev in het gezelschap van zijn hooggeboren, christelijke bruid en een groep Byzantijnse priesters. Vladimir zette zich krachtig in voor de verbreiding van het christendom. Hij wierp het beeld van de Slavische dondergod Perunu in de Dnjepr, beval de doop van de gehele bevolking van Kiev en andere steden en reserveerde tien procent van de koninklijke inkomsten voor de kerk. Met dit geld werd de eerste stenen kerk, de Kerk van de Tienden, gebouwd. Dit was de zetel van de metropoliet (aartsbisschop) van Kiev. De bekering tot het christendom ging gepaard met de invoering van het Cyrillisch alfabet voor het schrijven van religieuze en andere teksten in het Kerkslavisch.
Het christelijk geloof fungeerde als bindmiddel voor de verschillende volken binnen het Kievse Rijk. Het verschafte de vorsten, als de beschermheren van het nieuwe geloof, extra legitimiteit. De Kievse grootvorsten stonden in hoog aanzien en trouwden met kandidaten uit geheel Europa. Zo werden er onder andere dynastieke verbanden aangegaan met de vorstenhuizen van Noorwegen, Zweden, Frankrijk, Engeland, Polen, Hongarije en het Duitse Rijk.
Jaroslav
bewerkenNa de dood van Vladimir in 1015 brak er opnieuw een successieoorlog uit in Kiev. Zijn vermoedelijke buitenechtelijke zoon Svjatopolk greep de macht, om deze in 1019 te verliezen aan Jaroslav.
Jaroslav, later bijgenaamd de wijze, liet in het gehele rijk kerken, kloosters, scholen en vestingwerken aanleggen. Verder hervormde hij de wetgeving en liet die op schrift stellen, de zogenaamde Roesskaja Pravda. In Kiev zou Jaroslav de eerste bibliotheek met boeken in het Oudkerkslavisch hebben gesticht, al berust die conclusie op een dubbelzinnige passage in de Nestorkroniek die ook anders kan worden uitgelegd.
In 1024 was er een hongersnood in het noordoosten rondom Rostov. Dit leidde tot een heidense opstand tegen zijn gezag, die Jaroslav hoogstpersoonlijk onderdrukte. In 1037 bracht hij de Petsjenegen een beslissende nederlaag toe.
Izjaslav
bewerkenNa Jaroslavs dood in 1054 erfde zijn zoon Izjaslav de macht in Kiev. Tot de komst van de Kiptsjak, een Turks nomadenvolk, in 1060 was hij heer en meester over het steppegebied. Hij kreeg echter te kampen met opstanden en pogingen van zijn broers om de macht in Kiev over te nemen. Izjaslav zocht hulp in Polen, Duitsland en bij de paus. De paus schonk Izjaslav in 1075 een kroon en de bijbehorende titel "Koning van de Roes", als teken dat hij hem als de wettige vorst zag. In 1076 kon hij zijn positie terugwinnen, werd echter in 1078 gedood.
Fragmentatie in deelvorstendommen
bewerken
Een probleem van het Kievse Rijk was dat het land aan de periferie van Europa lag, grenzend aan de Euraziatische Steppe vanwaar met enige regelmaat nomadische volkeren als de Alanen, de Kumanen en de Petsjenegen het rijk binnenvielen. Een tweede groter probleem was het ontbreken van een regeling van de troonopvolging, waardoor er iedere keer weer strijd uitbrak. In tegenstelling tot West-Europa bestond er geen feodaal systeem met haar onderlinge verplichtingen en erecodes.[5] Iedere vorst was heerser over zijn eigen gebied, slechts ingeperkt door de onderlinge machtsverhoudingen. Bij het overlijden van de vorst werden diens bezittingen onder zijn mannelijke nakomelingen verdeeld. Maar ook diens broers probeerden hun macht uit te breiden.
Moderne historici zijn het niet eens of er überhaupt een regeling van de troonswisseling bestond, of dat de regels daarvan onduidelijk waren, dat ze simpelweg zo vaak werden geschonden dat ze er in de praktijk vaak niet toe deden, of dat er meer orde en regelmaat in de troonopvolging zat dan traditioneel is aangenomen.[6]
De vijf zonen en één kleinzoon van Jaroslav verdeelden aldus het rijk. De oudste erfgenaam besteeg de troon van Kiev, de andere vier erfgenamen kregen kleinere steden met het omringende gebied. De jongste werd vorst over de kleinste stad. Dit leidde onvermijdelijk tot conflicten.
In 1097 werd bij het congres van Ljoebetsj (nabij Tsjernihiv) door de vorsten gepoogd het systeem te verbeteren, maar zonder veel succes. De lokale vorsten vochten vaak onder elkaar, waarbij ze hun bondgenoten onder de steppenvolkeren zochten. Tussen 1054 en 1224 waren er niet minder dan 83 onderlinge oorlogen. In 1100 was het Kievse Rijk in twaalf deelvorstendommen uiteengevallen.
De kruistochten zorgden ervoor dat verschillende handelswegen werden afgesneden. Dit versnelde de ondergang van Kiev. In 1204 werd Constantinopel tijdens de Vierde Kruistocht geplunderd. De handelsroute via de Dnjepr verloor daardoor steeds meer aan betekenis.
Na de dood van de machtige vorst Vladimir Monomach, een kleinzoon van Jaroslav de Wijze, in 1125 wisten zijn afstammelingen onder leiding van zijn oudste zoon Mstislav nog een tijdlang de eenheid te bewaren. Na de Plundering van Kyiv (1169) door een coalitieleger van Andrej Bogoljoebski zou de feodale fragmentatie verder zijn toegenomen. Andrej werd echter vernietigend verslagen tijdens het Beleg van Vysjhorod (1173). Er ontstonden meerdere vorstendommen die alle werden geregeerd door telgen van de Ruriken. De belangrijkste waren:
- het resterende vorstendom Kiev
- de republiek Novgorod in het noorden
- Vladimir-Soezdal in het noordoosten
- Galicië-Wolynië in het zuidwesten
Mongoolse inval
bewerkenDoor de versnippering kostte het na 1223 bij de Mongoolse invasie van Roes de binnenvallende Mongolen weinig moeite de vorstendommen omver te werpen. De kleinzoon van Dzjengis Khan, Batu Khan, veroverde tussen 1237 en 1240 een voor een de vorstendommen. Kiev was als laatste aan de beurt. De stad werd met de grond gelijk gemaakt en zou niet meer geheel herstellen van deze verwoesting. Kiev, ooit met zijn ruim 30.000 inwoners een van de grootste steden van Europa, was de volgende 5,5 eeuwen niet meer dan een provinciestad in afwisselend het grootvorstendom Litouwen, het Pools-Litouwse Gemenebest en het Kozakken-Hetmanaat.
De Mongolen vestigden in de steppen het kanaat van de Gouden Horde, dat 2,5 eeuwen lang de meeste noordoostelijke Roes' vorstendommen schatplichtig hield. Moskovië bleef zelfs schatplichtig aan de Grote Horde tot 1503 en daarna aan het Kanaat van de Krim tot begin 18e eeuw.
Litouwse expansie
bewerkenVoor de zuidwestelijke Roes' vorstendommen in het huidige Belarus en Oekraïne duurde deze Mongoolse vazalstatus veel korter, aangezien het Grootvorstendom Litouwen de soezereiniteit daar overnam vanaf eind 13e eeuw tot aan de Slag bij de Blauwe Wateren in 1362/3. Volgens sommige interpretaties zou na de Slag aan de Irpin (circa 1323) het vorstendom Kyiv reeds onder Litouwse heerschappij zijn gekomen, maar de bronnen hierover zijn onbetrouwbaar; veel moderne historici vermoeden dat deze veldslag nooit heeft plaatsgevonden. Sowieso had deze slag dan geen blijvende gevolgen, aangezien er in 1331 nog een Mongools-gezinde vorst genaamd Fedir in Kyiv op de troon zou hebben gezeten, samen met een baskak.[a] Zekerder is dat de Litouwers en Polen samen het Koninkrijk Galicië-Wolynië (Roethenië) hebben opgedeeld in de jaren 1340–1349 toen de lokale Roetheense dynastie daar uitstierf. In het Verhaal over Podolië (Roetheens: О Подолськои земли, O Podols'koi zemli) wordt vanuit Litouws perspectief verteld hoe de Litouwse edelen van het huis Karijotas uit Navahroedak in de jaren 1350 en 1360 de streek Podolië en de steden Kyiv en Tsjernihiv veroverden op de Tataren van de Gouden Horde.
Nalatenschap
bewerkenUit de restanten van het Kyivse Rijk ontwikkelden zich drie volken: onder Poolse overheersing vormden zich de Oekraïners in het zuiden, onder Litouwse overheersing de Wit-Russen in het noordwesten en in het noorden en noordoosten ontstond het volk der Russen. Wanneer deze drie groepen een 'nationaal' bewustzijn zouden hebben ontwikkeld is een discussiepunt onder historici. Taalkundig gezien is er echter een consensus dat in het huidige Belarus en Oekraïne sprake was van dezelfde schrijftaal: het Roetheens of Kanselarij-Slavisch. Bovendien was er tot zeker begin 18e eeuw ook een gedeelde spreektaal: de prosta mova. Pas daarna viel deze definitief uiteen in een noordelijke Belarusische variant en een zuidelijke Oekraïense variant.
In Moskovië en later Tsaristisch Rusland is het Kerkslavisch nog tot circa 1800 de bestuurstaal en literaire norm geweest, waarna het dialect van Moskou uiteindelijk de basis werd voor het standaard-Russisch in de 19e eeuw.
Politiek, cultureel en religieus gezien eisten zowel Litouwen (en later Polen, het Kozakken-Hetmanaat en Oekraïne) als Moskovië (en later Tsaristisch Rusland, de Sovjet-Unie en de Russische Federatie) de erfenis van het Kyivse Rijk op voor zichzelf. Het in 2018 begonnen schisma tussen het Patriarchaat Moskou en het Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel over het erkennen van de autocefalie van de Orthodoxe Kerk van Oekraïne en de Russische invasie van Oekraïne sinds 2022 hebben ook alles te maken met aanspraken op de nalatenschap van de middeleeuwse Oostslavische feodale monarchie. Als kleinste land met de kleinste bevolking neemt Belarus meestal een meer bescheiden positie in: het zoekt zijn oorsprong in het vorstendom Polatsk en later in de Belarusische bijdrage aan de Litouwse expansie, onder meer via het vorstendom Navahroedak.
Zie ook
bewerkenExterne links
bewerken- Bronnen
- Christian, David (1998) A History of Russia, Central Asia and Mongolia. Volume I: Inner Eurasia from Prehistory to the Mongol Empire Oxford: Blackwell Publishers Ltd. ISBN 978-0-631-20814-3
- Martin, Janet (2007). Medieval Russia: 980–1584. Second Edition. E-book. Cambridge University Press, Cambridge. ISBN 978-0-511-36800-4.
- Kollmann, Nancy Shields (1990). Collateral Succession in Kievan Rus'. Harvard Ukrainian Studies 14: 377–387.
- Noten
- ↑ Novgorodse Eerste Kroniek, sub anno 6839 (1331).
- Referenties
- 1 2 García de la Puente 2010, p. 375.
- ↑ García de la Puente 2010, pp. 377–378.
- ↑ García de la Puente 2010, pp. 375–376.
- ↑ Christian, pagina 334
- ↑ Dittrich, Zdenek Radslav, Het verleden van Oosteuropa, Palladium Reeks, Zeist, 1963
- ↑ Janet Martin (2007).